Het onbebouwde terrein was sterk hellend en zeer smal (5,80 m), en zat ingeklemd tussen twee ondiepe bel-etagewoningen met drie verdiepingen. Het werd een pittige oefening in compact bouwen voor de architect die er het goed gevulde verlanglijstje van een vierkoppig gezin moest zien in te passen, rekening houdend met de stedenbouwkundige beperkingen. Het terrein uitgraven en in de hoogte bouwen - dat waren de opties in een notendop. Met het niet onbelangrijke voordeel dat de compacte bouw helpt om het energieverbruik te beperken.

Volume creëren

De aangrenzende woningen legden beperkingen op qua diepte en hoogte. Toch wist Sébastien Krier een ontwerp te maken dat ondanks alles een reëel gevoel van ruimte en een comfortabele bewoonbare oppervlakte biedt. Door de buiging van het terrein te wijzigen, ontstond een diep ingegraven benedenverdieping die meteen ook plaats bood aan de meer technische ruimtes. Naast de inkom bevinden zich op straatniveau een garage, een kelder, een wasplaats en een toilet. Dankzij de graafwerken strekt de eerste verdieping met de leefruimtes zich nu uit tot in de tuin, met een aangenaam terras op het gelijkvloers.

De tweede verdieping is in de hoogte uitgelijnd met het hoogste naastliggende gebouw. Met het oog op de integratie in het bestaande complex bouwweefsel, springt het derde niveau in ten aanzien van de twee aanpalende gevels. Daardoor is het nauwelijks zichtbaar vanaf de straat en heeft het weinig impact op de omgeving. Door die minimale verschuivingen ontstaan er bovendien mooie terrassen met een panoramisch uitzicht op de vurige stad.

Tekst: Marie Delooz

Lees de volledige reportage in Ik Ga Bouwen 407.