De hoeveelheid bouw- en sloopafval die we samen produceren, is gigantisch. Om een idee te geven: in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is zowat 40 procent van het afval afkomstig uit sloop-, renovatie- en nieuwbouwwerken. Elk jaar verzamelt de Brusselse bouwsector 628.000 ton bouwafval. Daarvan wordt 91 procent gerecycleerd, vooral voor gebruik in de funderingen van wegen en gebouwen.

Waaruit bestaat bouw- en sloopafval?

Het meeste bouw- en sloopafval bestaat uit steenachtige fractie: metselwerk, keramiek, asfalt, dakpannen, beton, ... De restfractie is diverser en omvat onder meer roofing, hout, metaal, kalk, kunststoffen, gips en cellenbeton. In oudere gebouwen vind je mogelijk ook asbesttoepassingen, waar je maar beter voorzichtig mee omgaat.

Gevaarlijke stoffen zoals de restanten van sommige verven, lakken, vernissen, lijmen en olieën zijn geen bouw- en sloopafval. Je moet ze wel eerst verwijderen en apart inzamelen en afvoeren alvorens met de sloop van start te gaan. Hulzen en spuitbussen van lijm, kitten en PUR-schuimen horen meestal thuis bij het klein gevaarlijk afval (KGA) en hou je best uit andere stromen.

Bouw- en sloopafval begraven of verbranden is natuurlijk verboden. Ook al gaat het om inerte materialen, die in principe niet-schadelijk zijn. Alles zomaar in een container gooien, is eveneens fout. Hoe het dan wel moet? Selectief slopen en ontmantelen. Op de bouwplaats komt het erop neer om afvalstoffen zoveel mogelijk afzonderlijk in te zamelen om ze goed te kunnen sorteren.

Hoe verzamel ik afval op de bouwplaats?

Bij grote werken is een container aangewezen. Naargelang het soort afval kan je verschillende containers plaatsen. In de praktijk is dat zelden haalbaar. Meestal komt er een container voor het gemengde bouw- en sloopafval en voor het zuivere steenpuin. Asbesthoudende materialen moeten worden ingezameld in een afzonderlijke container of een afsluitbare platenzak.

Klassieke containers van 6 tot 30 m3 kunnen tot 10 ton afval bevatten. Maar je mag ze niet hoger vullen dan de rand. Vergeet ook niet om toelating te vragen als je de container op de openbare weg zet. In Brussel bijvoorbeeld moeten particulieren en professionals dat melden via het zogeheten Osiris-systeem. Sommige containerverhuurbedrijven brengen de vergunning zelf in orde.

Nog in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest - en in andere dichtbevolkte gebieden - is het vaak onmogelijk om klassieke containers te plaatsen. Een oplossing hiervoor zijn de veel kleinere maar makkelijker hanteerbare rolcontainers. Reken voor de verhuur van een klassieke container op prijzen tussen de 300 en 800 euro voor 7 huurdagen, afhankelijk van het volume en het soort afval.

Wat doe ik met kleinere volumes?

Voor kleinere werken, waarbij je minder afval produceert, is een puinzak interessant. Dat is een speciaal ontwikkelde zak van 1 m3 waar je tot 1.500 kg bouw- en sloopafval in kwijt kan. Er bestaan ook zakken van 3 m3 voor een gewicht tot 1.750 kg. Voor roofing en asbest zijn er aparte zakken te verkrijgen.

Puinzakken vind je bij DHZ-zaken, intercommunales en recyclagebedrijven. Ze kosten tussen de 110 tot 130 euro. In dat bedrag is ook het transport en de verwerking inbegrepen. Afhankelijk van stad tot stad mag je de zak zonder toelating op het voetpad zetten. Hij wordt binnen de 3 tot 5 dagen opgehaald.

Dit mag er in je puinzak: bakstenen, beton, gips, glas, grond, hout, kabels, karton, klein metaal, kunststof, papier, piepschuim, plaaster, pvc-buizen, steenbuizen, zand, ...

Hoe zit het als ik zelf de werken uitvoer?

Wie afval produceert, moet dat op een correcte manier verwijderen. Als je zelf de werken uitvoert, ben je dus ook zelf verantwoordelijk voor het bouw- en sloopafval. Als particulier kan je dat afval aanbieden in het containerpark. Via die weg komt het uiteindelijk terecht in vergunde breek- of sorteerinstallaties. Het grootste deel van het bouw- en sloopafval wordt gerecycleerd. Een veel kleiner deel eindigt op het stort.

Om bouw- en sloopafval aan te bieden op het containerpark, moet je meestal betalen. In bepaalde steden en gemeenten geniet je voor beperkte hoeveelheden wel een vrijstelling van betaling. Geen zin in meerdere ritten of gedoe met aanhangwagens? Je kan ook een afvalverwerker inschakelen om het afval op de bouwplaats op te halen. Ook hier zijn natuurlijk kosten aan verbonden.

Op welke kosten moet ik rekenen?

De prijzen om bouw- en sloopafval aan te bieden op het containerpark variëren. Om een idee te geven: in het ene geval rekent het containerpark voor elk extra gewicht boven de gratis 250 kg een bedrag aan van 1 euro/kg voor steenpuin tot 5 euro/kg voor bouw- en sloopafval. In het andere geval wordt er al een tarief aangerekend vanaf 0 kg en vraagt het containerparkt 0,01 euro/kg voor steenpuin tot 0,13 euro/kg voor bouw- en sloopafval.

Om het afval te laten ophalen op de bouwplaats moet je rekening houden met een bedrag van 5 tot 10 euro/ton voor mengpuin. En waar je voor houtafval ooit tot 50 euro/ton moest reken, kun je vandaag uitschieters hebben tot 120 of 130 euro/ton (transportkosten niet inbegrepen).

Wat als een aannemer de werken uitvoert?

In dat geval is hij de producent van de afvalstoffen en is hij bij wet verplicht te zorgen voor de inzameling en afvoer naar een vergunde verwerker. Dat mag ook via tijdelijke opslag in zijn depot. Aannemers mogen hun bouw- en sloopafval niet aanbieden op het containerpark. Om misverstanden te vermijden, maak je wel best afspraken, die je schriftelijk laat vastleggen.

Voor verpakkingsafval in zachte plastiek kunnen professionals "Clean Site"-inzamelzakken kopen, die ze voor recyclage terugbrengen naar hun handelaar in bouwmaterialen. Sinds kort loopt er ook een test met "Clean Site Plus"-zakken voor harde plastiek en metalen verpakkingen. In Brussel is er voorlopig geen test.

Sommige fabrikanten van bouwmaterialen hebben zelf systemen opgezet om sloopafvalstoffen terug te nemen. Het gaat onder meer om fabrikanten van cellenbeton, isolatiemateriaal en dakbitumen. Hun systemen zijn vooral gericht op professionals en niet zozeer op particulieren.

Welke wetgeving is van toepassing in de verschillende regio's?

Voor wie er zich wil in verdiepen: de afvalwetgeving is zeer uitvoerig en complex. In Vlaanderen is er het Materialendecreet voor duurzaam materialenbeheer, waarvan de uitvoering is vastgelegd in het VLAREMA. In Brussel is er de BRUDALEX, de Brusselse ordonnantie Afvalstoffen. Wallonië heeft dan weer het "Décret relatif aux déchets" uit 1996, aangevuld met diverse besluiten van de Waalse Regering.

Hoe beperk ik afval?

Een nuttig instrument daarvoor is de ladder van Lansink. Volgens die standaard geef je de voorkeur aan preventie. Met andere woorden: sloop niet wat in goede staat is. Een tweede sport op de ladder is hergebruik. Waarom nieuwe materialen kopen als je bestaande kan recupereren? Pas wanneer die stappen onmogelijk zijn, kan je gaan nadenken over recyclage of - in het ergste geval - afvoer naar het stort.

Afval voorkomen begint al bij het ontwerp van een gebouw. In hoeverre kan dat gebouw over pakweg 20 jaar een andere functie krijgen? Moet je per se werken met vaste binnenwanden? En waarom geen makkelijk demonteerbare componenten gebruiken? Beter schroeven dan lijmen dus. Het toenemende gebruik van samengestelde materialen is wat dat betreft een kwalijke trend.

Met dank aan: Confederatie Bouw / OVAM